Persberichtenblog


“Feiten spreken nooit voor zich”
april 26, 2012, 9:49 am
Gearchiveerd onder: Uitspraak van de maand | Tags: , , , , , , ,

“Het is het verhaal dat de feiten hun plaats en betekenis geeft. Om de waarde van die feiten te kunnen beoordelen, moet je weten door welke fictie ze bij elkaar worden gehouden.”

Aldus Gerard Smit in ‘Feit en fictie in onderzoeksjournalistiek’ (Tekstblad 2, 2012). Hij haalt onder meer Jeroen Smits boek De Prooi aan, waarin de ABN Amro-feiten worden belicht vanuit het plot ‘hoogmoed komt voor de val’. De auteur had met dezelfde feiten ook een ander verhaal kunnen vertellen.

Ik moet eraan denken nu ik vanochtend lees over een bijna-ongeval op het spoor. Twee treinen die niet botsen, zijn vandaag nieuws. Dit feit haalt de media vanwege het verhaal over onveilig spoor. Immers, afgelopen zaterdag botste een stoptrein op een intercity in Amsterdam, waarbij een dode en ruim honderd gewonden vielen. Door vergelijkbare gebeurtenissen aandacht te geven, wordt het verhaal (het spoor is onveilig, de seinen worden genegeerd, de controle-apparatuur is verouderd) steeds bevestigd en versterkt.

De NS en ProRail zullen er een zware dobber aan hebben om hun feiten (die net zo waar zijn!) in de krant te krijgen. Onderin het nieuwsbericht van vandaag lees ik “De spoorsector is al langer bezig met maatregelen om het aantal roodlichtpassages terug te dringen. In 2006 gebeurde het 287 keer dat een trein een rood sein passeerde. Vorig jaar was dat nog 157 keer.” Het verhaal van de spoorsector zal zijn dat het veiliger wordt op het spoor: het aantal roodlichtpassages is de afgelopen vijf jaar gehalveerd.



Mediageniek onderzoek: wetenschap ontmoet pers op 4 juni 2012
april 19, 2012, 9:41 am
Gearchiveerd onder: Agenda | Tags: , , , , , ,

Op maandag 4 juni 2012 organiseert NWO ‘Bessensap’, een jaarlijks evenement in het Haagse Museon voor wetenschappers die hun nieuws willen presenteren. Journalisten van algemene redacties en wetenschapsredacties laten zien hoe zij te werk gaan en hoe zij nieuws maken en breken.

De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) organiseert de dag samen met de Vereniging van Wetenschapsjournalisten in Nederland en de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Voorlichters, onderzoekers en journalisten kunnen zich gratis aanmelden. Meer info. Mijn verslag van vorig jaar geeft tips voor wetenschappers en hun voorlichters



15 manieren om de persberichtenkwaliteit binnen je organisatie te verbeteren

Durf feedback te vragen en expliciteer je keuzes en overwegingen. Dat zijn misschien wel de belangrijkste lessen om de kwaliteit van de persberichten structureel te verbeteren.

Gisteren was ik bij een ministerie om een ‘persberichtenwijzer’ te bespreken: een intern handvat voor het schrijven van persberichten. Een goede zaak: als er afspraken op papier staan (tips voor de kop, wat zetten we in de noot), dan zijn persberichten sneller geschreven en doet niet iedereen het anders. Maar het moet niet bij zo’n schrijfwijzer blijven. Hoe zorg je ervoor dat voorlichters de tips ook echt toepassen? Vijftien manieren ter inspiratie.

1. Maak een persberichtenchecklist: wat moet iedereen checken voor er een persbericht uit kan? Bijvoorbeeld: past het bericht op 1A4, kan je na de lead ophouden zonder dat de lezer met vragen blijft zitten, zijn de belanghebbenden ingelicht?

2. Maak een Word-sjabloon voor het persbericht: zo heeft de kop automatisch een grotere letter, is de lead vet, staat de noot voor de redactie al voor een deel ingevuld, gebruik je allemaal hetzelfde afsluitteken (zoals streep) of boilerplate. Andere vaste elementen: datum en aanduiding ‘persbericht’

3. Zet goede voorbeelden op intranet. Zeker handig als een bepaald type persbericht geregeld voorkomt: een aankondiging van een evenement, een prijsuitreiking, een nieuwe maatregel.

4. Bied voorlichters een training aan, coaching on the job of een meester-gezelconstructie. Door het schrijven te oefenen, mee te lopen met een ervaren voorlichter, concepten aan iemand te kunnen voorleggen, verbeteren individuele persberichtenkwaliteiten.

5. Interview journalisten. Bel een voor jullie organisatie belangrijke journalist eens op, of maak een afspraak om een paar recente persberichten te bespreken. Ze hebben weinig tijd, maar het is ook in hun belang dat ze goed bediend worden. Vragen staat vrij. Misschien waarderen ze de open houding juist wel.

6. Geef een pluim van de maand of organiseer een persbericht-van-het-jaar-wedstrijd. Met een interne of externe jury, compleet met nominaties, of juist klein: zet iedere maand tijdens een vergadering iemand in het zonnetje die een goed persbericht heeft geschreven. Beargumenteer ook waarom je het goed vond. Zo gaat kwaliteit leven.

7. Bespreek casussen. Bijvoorbeeld tijdens een intervisiebijeenkomst of op intranet. Waarom heb je besloten dit persbericht wel/niet uit te brengen? Waarom heb je gekozen voor deze nieuwsinvalshoek? Hoe had het ook anders gekund, maar waarom heb je dat niet gedaan? Welke woorden, quotes et cetera heb je bewust gemeden of juist gebruikt? Hoe hebben die keuzes uitgepakt? Hiermee maak je veel onbewuste kennis en ervaring expliciet.

8. Laat persberichtenkwaliteit ook deel uitmaken van het beoordelingsgesprek. Is het iets waar de leiding op let? Waaraan merken medewerkers dan de leiding die kwaliteit belangrijk vindt?

9. Nodig een externe tekstschrijver/journalist/voorlichter uit om feedback te geven op jullie persberichten. Leg een paar persberichten voor en laat hem of haar zijn feedback presenteren. Zo’n blik van buiten kan een echte eye-opener zijn. Zeker ook voor ervaren voorlichters (wake up-sessie).

10. Maak een analyse van de media-berichten naar aanleiding van jullie nieuws. Bijvoorbeeld op basis van een (e-)knipseldienst. Wat hebben journalisten toegevoegd, weggelaten, anders verwoord, in vergelijking tot jullie persberichten? Dit is tijdrovend, maar zeer leerzaam. Je kunt hiervoor misschien een stagiair aantrekken?

11. Geef ‘toeleveranciers’ een goede briefing. Welke nieuwsideeën en bouwstenen zijn voor jullie bruikbaar? Welk materiaal mogen ze bij jullie aanleveren?

12. Schrijf een artikel of open een rubriek in interne media: een personeelsblad, intranetpagina. Denk aan een tip van de maand, of een interview met een persvoorlichter zodat ook de rest van de organisatie meer ‘gevoel’ krijgt voor persberichten.

13. Benchmarking: ga na hoe vergelijkbare organisaties het doen. Wat kun je daarvan leren? Ook voor zo’n soort onderzoek zou je een stagiair kunnen inschakelen.

14. Laat een onderzoeksbureau een enquête houden onder journalisten of een focusgroep over jullie persvoorlichting. Een heel goede manier om de interne organisatie te ‘confronteren’ met de mening van de buitenwereld. Goed voor de bewustwording van sterke en zwakke punten, en eventueel de noodzaak tot veranderen.

15. Stel vakliteratuur beschikbaar, abonneer je op relevante blogs (;-)) en bied voorlichters ook andere hulpmiddelen aan: met wie kunnen ze vooraf brainstormen, of welke collega vindt het leuk om conceptteksten voor persberichten te corrigeren?

Succes! Ik hoor/lees graag jullie ervaringen.



“Ook niet-geplaatste persberichten zijn van nut”
februari 15, 2012, 8:26 pm
Gearchiveerd onder: Uitspraak van de maand | Tags: , , , ,

Zijn persberichten die niet tot een nieuwsartikel leiden, zonde van de tijd? “Absoluut niet”, vindt Eugène van Haaren, auteur van ‘PR voor dummies’. Hij ziet behalve nieuwsoverdracht nog twee andere functies van het persbericht:

  • Interne besluitvorming: het proces om tot een persbericht te komen helpt de eigen organisatie om keuzes te maken. Bijvoorbeeld: wat is de belangrijkste verandering, hoe verwoorden we de maatregel, welke argumenten hebben we daarvoor, wat zijn de gevolgen daarvan? Van Haaren: “Soms vraag je je aan het eind van de vergadering af: wat is er nu besloten? Een persvoorlichter kan de groep dan dwingen dat expliciet en beknopt te benoemen en er overeenstemming over te bereiken. Soms blijkt dan zelfs dat het besluit nog niet goed genoeg is.”
  • Verstrekking achtergrondinformatie: het persbericht waarin Milieudefensie zich tegen de 130 km/uur-maatregel keert, is misschien niet heel nieuwswaardig. Dit standpunt viel immers te verwachten. Heeft een journalist binnenkort een interview met de minister hierover, dan pakt hij mogelijk wel de argumenten erbij die Milieudefensie in het persbericht aandraagt. Zo klinkt het geluid van de belangengroep toch door in het debat.

Van Haaren, oud-journalist en -voorlichter, lichtte dit op 14 februari 2012 toe tijdens een persberichtenworkshop van Het Taalcongres.



“Ziekenhuis verstuurde alleen persberichten met slecht nieuws”

Natuurlijk moet je transparant zijn over wat verkeerd gaat in je organisatie, maar stel daar positief nieuws tegenover. Dat is de boodschap van Celia Noordegraaf van het Jeroen Bosch Ziekenhuis, door Logeion onlangs uitgeroepen tot communicatievrouw van het jaar 2011. Media mogen geneigd zijn vooral te schrijven over medische missers en enge bacteriën, maar als ziekenhuis kun je de publiciteit wel degelijk beïnvloeden.

In Communicatie jan/feb 2012 zegt Noordegraaf hierover: “Toen ik hier kwam deden we het niet handig. We wilden open zijn, maar schreven vooral persberichten over dingen die niet goed gingen. Ik zei: heel goed om transparant te willen zijn, maar dat moet je compenseren met positief nieuws. Dat gebeurde niet. Artsen wilden wel, waren bevlogen, maar beseften niet wat nu eigenlijk nieuwswaardig, positief nieuws is. Wat media interessant vinden. Toen zijn we gaan jagen op nieuws: interessante verhalen over vooruitstrevende projecten en technieken, nieuwe dokters en natuurlijk de nieuwbouw. We zijn wekelijks met de persvoorlichters om tafel gegaan met als doel om één positief persbericht per week uit te brengen. Dat loopt geweldig. We moeten nu echt plannen, anders zitten we op meerdere berichten per dag.”

Alle aanleiding om de persberichten van het Jeroen Bosch Ziekenhuis eens nader te bekijken. Positieve persberichten zijn er in grofweg zes categorieën:

1. Patiëntenvoorlichting, aankondiging bijeenkomsten

  • Voorlichtingsavond: wat is dementie?
  • Jeroen Bosch Ziekenhuis start Twitterspreekuur
  • Yoga helpt kinderen met buikpijn
  • Publiekslezing: kaakchirurgie van centenbak tot implantaat
  • Bijeenkomst over slaapapneu

 2. Nieuwe succesvolle behandelmethoden

  • Urologen demonstreren nieuwste techniek in 3D
  • Jeroen Bosch Ziekenhuis beschikt over pijnloze vergruizer
  • JBZ zet extra rolstoelen in met muntjessysteem
  • Drie nieuwe MRI-apparaten
  • Voortaan dag en nacht dotterbehandelingen in Den Bosch

3. Personeelswisselingen, opening afdelingen

  • Opening dialysecentrum Jeroen Bosch Ziekenhuis
  • Nieuwe directeur Sport Medisch Centrum
  • Nieuwe specialisten in Jeroen Bosch Ziekenhuis
  • Nieuwe poli voor chronische Q-koorts patiënten

4. Mijlpalen: erkenningen, jubilea, jaarcijfers

  • Hand- en Polscentrum erkend als expertisecentrum
  • Opnieuw Vaatkeurmerk voor Jeroen Bosch Ziekenhuis
  • ZANOB apotheek behaalt kwaliteitsnorm
  • ReumaBeweegdag trekt ruim 400 bezoekers
  • JBZ sluit 2010 met winst af
  • Consumentenbond: Jeroen Bosch koploper staaroperaties
  • JBZ voert 500ste virtuele colonscopie uit
  • JBZ is voorkeursaanbieder knieartrose

5. Inzameling/giften

  • Medewerkers JBZ halen 7600 euro op voor Serious Request
  • Kinderen sparen 8862,10 bij elkaar voor kinderservies
  • Studenten organiseren Gift Fair voor Stichting Vrienden JBZ

6. Events: niet-medisch, soft nieuws

  • Boerenkieltje voor eerstgeboren baby op 11-11
  • FluitHarp muziek in de kapel
  • Verkoop vuurwerkbrillen gestart in het JBZ
  • Jeroen Bosch Ziekenhuis organiseert voorleesontbijt
  • Exposities in het Jeroen Bosch Ziekenhuis

Er zijn afgaand op de website inderdaad steeds meer persberichten verschenen: van 71 in 2008 (via 85 in 2009, 91 in 2010) naar 107 in 2011. Dat is een toename van jaarlijks 7 tot 20%. Grofweg 90% van deze persberichten is als positief nieuws op te vatten, zoals in de voorbeelden hierboven. Neutraal is bijvoorbeeld: Mortaliteitscijfer bekend, Internist neemt afscheid, Verhuizing bloedafnamedienst, Zondagsrooster op Carnavalsmaandag, Legitimatie verplicht in Jeroen Bosch Ziekenhuis. Negatief nieuws over het ziekenhuis is er weinig. Alleen: Poliklinieken locatie Liduina tijdelijk gesloten wegens verbouwing, Spoedeisende Hulp locatie Carolus alleen overdag en ‘s avonds open, Opnamestop Jeroen Bosch Ziekenhuis als gevolg van stroomstoring (de volgende dag gelijk gevolgd door goed nieuws: Gedeeltelijke opnamestop opgeheven), Planbare operaties door koudeproblemen operatiekamer uitgesteld.

Mogelijk is ook het minder positieve nieuws positiever verpakt. Dan is de aanleiding een negatieve ontwikkeling en geeft het Jeroen Bosch Ziekenhuis er een goede wending aan, bijvoorbeeld door maatregelen te nemen en te communiceren om herhaling te voorkomen. Bijvoorbeeld in: Nieuwe opleiding gaat tekort verpleegkundigen tegen (er is dus blijkbaar een tekort aan verpleegkundigen) of in: Openheid bij incidenten in het ziekenhuis of Intensive care beleid aangepast of JBZ vergroot met checklist patiëntveiligheid bij operaties en ook Meer aandacht nodig voor afhandeling prikaccidenten; promotieonderzoek bewijst nut van meer focus.

Of het publiciteitsbeleid daadwerkelijk een kentering laat zien sinds de komst van Celia Noordegraaf kan ik niet nagaan: op de website staan alleen de persberichten vanaf 2008, het jaar na haar aantreden.



Oproep aan UvA: ontwikkel vergelijkingstool pers- en nieuwsberichten
januari 29, 2012, 5:48 pm
Gearchiveerd onder: Tools | Tags: , , , ,

Het is de eeuwige discussie tussen voorlichters en journalisten: worden er nu wel of niet veel persberichten letterlijk overgenomen in de media? Persvoorlichters vinden het een eer. Journalisten vinden het hun eer te na. In Engeland hebben ze een tool ontwikkeld die daar antwoord op kan geven: churnalism.com.

Ik schreef er al eerder over. De site vergelijkt automatisch een persbericht met een database van aangesloten media, en levert dan overeenkomstige nieuwsartikelen, met het exacte overlappingspercentage. Je kunt bovendien zien welke passages zijn gekopieerd.

Tijdens ‘De koppen bij elkaar’ (een symposium van SmartPR en De Perslijst) sprak ik Leendert van de Valk van de Universiteit van Amsterdam daarover. Hij is co-auteur van Gevaarlijk Spel, en onderzoekt de relatie tussen PR en journalistiek. Het lijkt me bij uitstek op hun terrein passen om de Nederlandse versie van churnalism.com te ontwikkelen. Een prachtig instrument voor onderzoekers om op metaniveau te kunnen analyseren, en voor voorlichters om veel te leren over schrijfstijl: wat sluit aan bij de verschillende media?

Interessante uitkomst van onderzoek van De koppen bij elkaar: PR-mensen zijn twee keer zo stellig over het kopieergedrag als journalisten. ’Ik neem persberichten vaak letterlijk over’ scoort onder journalisten 1,7 op schaal van 1 (geheel mee oneens) tot 5 (geheel mee eens). ‘Journalisten nemen persberichten vaak letterlijk over’ scoort onder voorlichters 3,7 op diezelfde schaal.



What’s in a name? Over woordkeus in persberichten
december 31, 2011, 12:59 pm
Gearchiveerd onder: Tools | Tags: , ,

“Niks leuker dan met je voeten omhoog nieuwe woorden verzinnen”, zei Jan Kuitenbrouwer. Zo bedacht hij met FNV Bondgenoten de term ‘casinopensioen’ voor onzekere pensioenuitkeringen (de beheerders van het geld gokken ermee). Het woord is inmiddels ingeburgerd geraakt, doordat het pakkend is en consequent en veelvuldig is herhaald door de vakbondswoordvoerders. Omdat veel nieuwe acties, projecten en beleidsplannen via een persbericht wereldkundig worden gemaakt, is het zaak dat juist persvoorlichters alert zijn op een slimme woordkeus. Een paar voorbeelden:

  • PlukZe-wet*: de naam voor de wet ‘ter verruiming van de mogelijkheden tot toepassing van de maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en andere vermogenssancties’ (oftewel veroordeelde criminelen mogen niet rijk worden van hun strafbare feiten: pluk ze!). Al tijdens de wetgeving heeft Justitie dit compacte, aansprekende begrip geïntroduceerd.
  • Passend onderwijs: leerlingen met handicaps en gedragsproblemen krijgen geen speciaal onderwijs meer, maar gaan met extra begeleiding naar normale scholen. Waarom is dit ‘passend onderwijs’ genoemd? Dat speciaal onderwijs paste veel beter, maar werd te duur. Het is een verhullende term voor een bezuiniging, en kan zich daarom tegen de naamgever keren.
  • Betuwelijn: het schoolvoorbeeld van hoe een projectnaam automatisch verzet oproept. Wie wil er nou een goederentrein laten denderen door de kwetsbare bloesemboomgaard van de Betuwe? Had de lijn de A12-lijn geheten (naar de snelweg die er al loopt en waar het goederenspoor langs zou kunnen gaan), dan was er vast minder weerstand ontstaan.
  • Prachtwijk/krachtwijk: dit waren vroeger probleemwijken of achterstandsbuurten. Veel helderder, maar om de buurten geen negatief etiket op te plakken is voor een eufemisme gekozen. Maar waarom zou de overheid investeren in pracht- en krachtwijken? In die woorden klinkt door alsof alles daar al op rolletjes loopt.
  • Kanjers: kinderen die gepest worden; die kunnen een ‘kanjertraining’ volgen. Journalist Aleid Truijens bestempelde ‘kanjer’ tot het ergste woord van 2011 (Onze Taal 12): “Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar in mijn oren klinkt het cynisch. Nog even en het betekent gewoon ‘kneus’.”
  • Langstudeerdersboete: dit is de term die tegenstanders van het OCW-beleid hebben bedacht voor het hogere tarief dat je moet betalen als je lang studeert. OCW noemt het hoger collegegeld voor langstudeerders: geen bekkende term. Het is geen boete, want je overtreedt geen wet. Wat minister Halbe Zijlstra wil, kun je ook redelijk uitleggen: iedereen mag in beide studiefases (bachelor en master) een jaar extra studeren. Als je daar nog niet genoeg aan hebt, ga je de werkelijke studiekosten betalen, in plaats van het gereduceerde collegegeld.
  • Omvallende banken: alternatief voor failliete banken, aldus Claudia de Breij: “Er is voor ‘omvallen’ gekozen omdat het dan een natuurverschijnsel lijkt” en dan treft de banken geen schuld.
  • Roombeekramp*: deze term heeft burgemeester Mans destijds met opzet vermeden. Hij herinnerde zich de Bijlmerramp en wilde de Enschedese wijk Roombeek niet met zo’n naam opzadelen. Door die bewuste keuze kennen wij de ramp nu als ‘vuurwerkramp’.

* Deze twee voorbeelden komen uit het artikel ‘Hoe zullen we het noemen? Namen maken overheidsbeleid’ van Guido Rijnja.



“Universiteiten moeten convenant sluiten om aantal persberichten te halveren”

Wetenschapsnieuws is voor een groot deel entertainment. Het paringsgedrag van de kwartel, of ‘t-shirts van mooie meisjes ruiken anders dan van lelijke meisjes’. Kranten hebben behoefte aan een leuk stukje van 150 woorden en dat krijgen ze. Natuurlijk is het goed dat universiteiten vertellen waar zij het belastinggeld aan besteden, maar echte doorbraken zijn zeldzaam. Het is een beetje uit de hand gelopen. Het is veel pr en reclame om studenten te trekken. Iedere universiteit doet dat, dus de som van dat alles is nul. Het zou goed zijn als universiteiten een convenant zouden sluiten om hun pr- en communicatieactiviteiten te halveren, om de vrijkomende middelen te besteden aan onderwijs.”

Dit suggereert VU-hoogleraar Katan in het vakblad Communicatie (december 2011). Katan was in 2005 medeopsteller van ‘Wetenschap op bestelling’, een rapport van de KNAW over belangenconflicten tussen wetenschap en financiers (zoals grote bedrijven). “Journalisten vragen zelden naar belangen. Ik vrees dat zij een goed verhaal niet kapot willen checken. [...] Veel persberichten gaan linea recta de krant in. Ik verwijt journalisten met regelmaat dat ze berichten niet checken bij derden. Dat blijft nodig, ook al heeft een artikel in een peer-reviewed wetenschappelijk tijdschrift gestaan. [...] Het persbericht pretendeert vaak meer dan het onderzoek kan waarmaken.”



Ik sta in een persbericht, dus ik besta
november 28, 2011, 9:40 pm
Gearchiveerd onder: Discussie | Tags: , ,

Persberichten blijken geregeld een interne functie te vervullen. Niet alleen komen de persberichten op de website te staan, waardoor alle eigen medewerkers er kennis van kunnen nemen. Ook worden ze binnen organisaties opgevat als de ultieme erkenning voor het afgeronde project of de nieuw benoemde leidinggevende. 

Als ik vraag waarom over bepaald nieuws een persbericht uit gaat, is het antwoord soms dat bepaalde afdelingen zich zichtbaar willen maken voor het topmanagement of de topambtenaren. Of dat de directie communicatie bepaalde projecten of groepen wil ‘belonen’ met de aandacht. “Hun werk mag ook wel eens in de spotlights.” Of dat feitelijk lukt (lees: of er een stuk in de krant verschijnt) is bijzaak; het gaat om het interne mechanisme.

Als het bericht nieuwswaarde heeft voor de buitenwacht, dan is er niets aan de hand. Maar als er alleen interne doelen mee gediend zijn, dan zijn andere middelen geschikter. Een artikel in het personeelsblad, een intranetbericht, een vermelding tijdens de nieuwjaarsspeech. Desnoods een nieuwsbericht op de site, zou ik bijna zeggen. Natuurlijk moet zo’n nieuwsbericht ook nieuwswaarde hebben, maar dat nieuws mag ‘zachter’ zijn. Journalisten of anderen kunnen zich daarop abonneren (ze kijken uit zichzelf op de site), maar ze krijgen dat nieuws niet ongevraagd toegestuurd zoals bij persberichten het geval is. Het belast de ontvanger dus veel minder.



Vijf lessen over framing
november 15, 2011, 9:06 pm
Gearchiveerd onder: Tools | Tags: , , , , ,

Vijf lessen uit de masterclass Framing & Reframing van Jan Kuitenbrouwer van vandaag:

1. Gebruik de juiste metaforen. Hiermee kun je onbewust en automatisch veel informatie overbrengen. Door bepaald werk ‘slavenarbeid’ te noemen communiceer je vanzelf uitbuiting en machtsmisbruik. Het woord raakt een emotie, en daarmee kom je veel krachtiger over dan met ratio. Het beeld kan ook averechts uitpakken: ‘veerkracht’ lijkt een mooi streven voor bijvoorbeeld politieagenten, maar in het woord ‘veerkracht’ ligt in feite het trauma al besloten (namelijk datgene waarvan je herstelt). Wil je dat?

2. Kies op tijd een goede projectnaam. Vaak worden werktitels vanzelf de projectnamen die in de krant komen, omdat mensen er intern al helemaal aan gewend zijn (denk aan ‘de Betuwelijn’). Ze zien de negatieve associaties niet meer. Dit geldt ook voor wetten. Een goed voorbeeld uit Amerika: The Clean Skies Act. Hoe kun je dáár nou tegen zijn? Het is goed om beleidstaal te testen bij het publiek: kunnen mensen zich iets voorstellen bij ‘wederkerigheid’ (een term die bij het ministerie van SZW gemeengoed is)?

3. Neem niet het frame van je opponent over. Zelfs door ertegenin te gaan, bevestig je het bestaan ervan. Zo heeft GroenLinks een motie ingediend dat het tegengaan van de ‘islamisering’ geen beleid moet zijn, en daarmee bekrachtigde de partij onbedoeld het PVV-frame. De ‘kilometerheffing’ (‘betalen naar gebruik’) van minister Eurlings klonk best redelijk; Jan Marijnissen nam het woord niet over, maar koos voor ‘filebelasting’.

4. Let om frames te herkennen ook op eufemismen. Bijvoorbeeld ‘vredesproces’ voor ‘oorlog’. Eindeloos zijn de verzachtende varianten van ‘bezuinigen’: ombuigen, hervormen, zelfredzaamheid, eigen verantwoordelijkheid, en zelfs: inzetten op kwaliteit, en: professionaliseren. (Laat het je niet aanpraten dat je beroepsgroep moet professionaliseren. Zijn we niet professioneel dan??) Rutte gebruikte voor bezuinigen een tuinmetafoor: we moeten snoeien om te groeien.

5. Vertrouw op de kracht van herhaling. Zet het frame als een goede kernboodschap op een kaartje (+5 woorden die werken + 5 verboden woorden) en vraag alle vertolkers deze boodschap precies zo uit te dragen. Mensen zijn geneigd tot creativiteit, en formuleren de tekst dan in eigen woorden. Dit doet afbreuk aan de werking van het frame.

Zie over spiegeltaal: het probleem van de oplossing. Zie over metaforen: metaforen in persberichten sturen oordeelsvorming.




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 27 other followers