Persberichtenblog


What’s in a name? Over woordkeus in persberichten
december 31, 2011, 12:59 pm
Gearchiveerd onder: Tools | Tags: , ,

“Niks leuker dan met je voeten omhoog nieuwe woorden verzinnen”, zei Jan Kuitenbrouwer. Zo bedacht hij met FNV Bondgenoten de term ‘casinopensioen’ voor onzekere pensioenuitkeringen (de beheerders van het geld gokken ermee). Het woord is inmiddels ingeburgerd geraakt, doordat het pakkend is en consequent en veelvuldig is herhaald door de vakbondswoordvoerders. Omdat veel nieuwe acties, projecten en beleidsplannen via een persbericht wereldkundig worden gemaakt, is het zaak dat juist persvoorlichters alert zijn op een slimme woordkeus. Een paar voorbeelden:

  • PlukZe-wet*: de naam voor de wet ‘ter verruiming van de mogelijkheden tot toepassing van de maatregel van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en andere vermogenssancties’ (oftewel veroordeelde criminelen mogen niet rijk worden van hun strafbare feiten: pluk ze!). Al tijdens de wetgeving heeft Justitie dit compacte, aansprekende begrip geïntroduceerd.
  • Passend onderwijs: leerlingen met handicaps en gedragsproblemen krijgen geen speciaal onderwijs meer, maar gaan met extra begeleiding naar normale scholen. Waarom is dit ‘passend onderwijs’ genoemd? Dat speciaal onderwijs paste veel beter, maar werd te duur. Het is een verhullende term voor een bezuiniging, en kan zich daarom tegen de naamgever keren.
  • Betuwelijn: het schoolvoorbeeld van hoe een projectnaam automatisch verzet oproept. Wie wil er nou een goederentrein laten denderen door de kwetsbare bloesemboomgaard van de Betuwe? Had de lijn de A12-lijn geheten (naar de snelweg die er al loopt en waar het goederenspoor langs zou kunnen gaan), dan was er vast minder weerstand ontstaan.
  • Prachtwijk/krachtwijk: dit waren vroeger probleemwijken of achterstandsbuurten. Veel helderder, maar om de buurten geen negatief etiket op te plakken is voor een eufemisme gekozen. Maar waarom zou de overheid investeren in pracht- en krachtwijken? In die woorden klinkt door alsof alles daar al op rolletjes loopt.
  • Kanjers: kinderen die gepest worden; die kunnen een ‘kanjertraining’ volgen. Journalist Aleid Truijens bestempelde ‘kanjer’ tot het ergste woord van 2011 (Onze Taal 12): “Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar in mijn oren klinkt het cynisch. Nog even en het betekent gewoon ‘kneus’.”
  • Langstudeerdersboete: dit is de term die tegenstanders van het OCW-beleid hebben bedacht voor het hogere tarief dat je moet betalen als je lang studeert. OCW noemt het hoger collegegeld voor langstudeerders: geen bekkende term. Het is geen boete, want je overtreedt geen wet. Wat minister Halbe Zijlstra wil, kun je ook redelijk uitleggen: iedereen mag in beide studiefases (bachelor en master) een jaar extra studeren. Als je daar nog niet genoeg aan hebt, ga je de werkelijke studiekosten betalen, in plaats van het gereduceerde collegegeld.
  • Omvallende banken: alternatief voor failliete banken, aldus Claudia de Breij: “Er is voor ‘omvallen’ gekozen omdat het dan een natuurverschijnsel lijkt” en dan treft de banken geen schuld.
  • Roombeekramp*: deze term heeft burgemeester Mans destijds met opzet vermeden. Hij herinnerde zich de Bijlmerramp en wilde de Enschedese wijk Roombeek niet met zo’n naam opzadelen. Door die bewuste keuze kennen wij de ramp nu als ‘vuurwerkramp’.

* Deze twee voorbeelden komen uit het artikel ‘Hoe zullen we het noemen? Namen maken overheidsbeleid’ van Guido Rijnja.


Geef een reactie tot nu toe
Plaats een reactie



Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 25 other followers