Persberichtenblog


Ik sta in een persbericht, dus ik besta
november 28, 2011, 9:40 pm
Gearchiveerd onder: Discussie | Tags: , ,

Persberichten blijken geregeld een interne functie te vervullen. Niet alleen komen de persberichten op de website te staan, waardoor alle eigen medewerkers er kennis van kunnen nemen. Ook worden ze binnen organisaties opgevat als de ultieme erkenning voor het afgeronde project of de nieuw benoemde leidinggevende. 

Als ik vraag waarom over bepaald nieuws een persbericht uit gaat, is het antwoord soms dat bepaalde afdelingen zich zichtbaar willen maken voor het topmanagement of de topambtenaren. Of dat de directie communicatie bepaalde projecten of groepen wil ‘belonen’ met de aandacht. “Hun werk mag ook wel eens in de spotlights.” Of dat feitelijk lukt (lees: of er een stuk in de krant verschijnt) is bijzaak; het gaat om het interne mechanisme.

Als het bericht nieuwswaarde heeft voor de buitenwacht, dan is er niets aan de hand. Maar als er alleen interne doelen mee gediend zijn, dan zijn andere middelen geschikter. Een artikel in het personeelsblad, een intranetbericht, een vermelding tijdens de nieuwjaarsspeech. Desnoods een nieuwsbericht op de site, zou ik bijna zeggen. Natuurlijk moet zo’n nieuwsbericht ook nieuwswaarde hebben, maar dat nieuws mag ‘zachter’ zijn. Journalisten of anderen kunnen zich daarop abonneren (ze kijken uit zichzelf op de site), maar ze krijgen dat nieuws niet ongevraagd toegestuurd zoals bij persberichten het geval is. Het belast de ontvanger dus veel minder.



“Volgens een persbericht…” als disclaimer
september 19, 2011, 9:34 pm
Gearchiveerd onder: Discussie | Tags: , ,

Journalisten vermelden in hun artikelen geregeld dat hun informatie uit een persbericht afkomstig is. Ze doen dat alleen als ze de informatie niet lijken te vertrouwen. Als disclaimer dus. Een persbericht is een verdachte bron, vermoedelijk sterk gekleurd door de afzender. Althans, daar wil de journalist de lezer voor waarschuwen.

Vandaag is nieuws dat twee directeuren van boekhandel Selexyz op non-actief zijn gesteld. In NRC Handelsblad (19/9/2011) lees ik “Volgens een uitgebracht persbericht gebeurt dit ‘in goed overleg’ met de raad van commissarissen.” Hierin klinkt door dat de journalist vraagtekens zet bij deze beschrijving van de gang van zaken. Als ik google op ‘volgens een persbericht’ krijg ik 366.000 hits. Bijvoorbeeld:

  • Volgens een persbericht van het UWV  is meer dan zestig procent van de mensen bereid tot het doen van concessies als het gaat om het…
  • … Dat is het antwoord op de vraag hoelang het nog duurt voordat Windows XP met pensioen gaat. Volgens een persbericht van Microsoft wordt
  • Aan mankracht in deze beveiliging wordt jaarlijks al zes ton besteed, volgens een persbericht van het weekblad.
  • Wereldwijd waren er in mei 2008 volgens een persbericht van Toyota al meer dan een miljoen exemplaren van de hybride Toyota Prius verkocht.
  • Volgens een persbericht van de Europese Centrale Bank zijn het afgelopen halfjaar in totaal 296.000 valse eurobiljetten aangetroffen. Dit is een afname van
  • Volgens een persbericht van het ANP zou hieruit blijken dat bedrijven die medewerkers willen ontslaan vanwege het onder werktijd bezoeken van pornosites,
  • Volgens een persbericht van Progressief Akkoord is de gemeente Montfoort failliet. Deze kreet zorgt in ieder geval voor de nodige imagoschade van de

Die expliciete verwijzing naar persberichten komt dus regelmatig voor in de berichtgeving. Als de media de cijfers niet hebben gecheckt of niet hebben kunnen checken, als bronnen elkaar tegenspreken, of als ze erop willen wijzen dat de informatie afkomstig is van een belanghebbende. Dat is natuurlijk altijd zo bij persberichten, dat de afzender een belanghebbende is, maar hiermee suggereert de journalist (terecht of onterecht) dat die belangen wel eens zwaarder zouden kunnen wegen dan de objectieve informatievoorziening. Als het persbericht alleen zó in de krant komt, lijkt mij dat afbreuk doen aan de effectiviteit van het middel.



Churnalism.com vergelijkt nieuwsartikelen met persberichten
maart 10, 2011, 10:04 pm
Gearchiveerd onder: Discussie | Tags: , , ,

Moet het zichtbaar worden als een journalist een persbericht heeft gekopieerd? De makers van churnalism.com vinden van wel. Ze willen media ontmaskeren als ‘PR rondpompende’ instanties. En in ieder geval moet volgens hen transparant worden welk deel van de tekst letterlijk is overgenomen. Was dat niet het grootste compliment dat persvoorlichters kunnen krijgen: als een journalist hun tekst plaatst?  

Hoe werkt het? Op churnalism.com voeg je de tekst van een persbericht in, we nemen er één van Marks and Spencer. Vervolgens vergelijkt de site automatisch de overlap met nieuwsberichten uit hun database. En zie: 5 news articles may be churnalism. Van The Guardian tot Financial Times: zo’n 30% van het persbericht is gebruikt, zo’n 20% van het nieuwsbericht bestaat uit gekopieerde tekst (dat betekent overigens dat de nieuwsberichten langer zijn dan het persbericht, dat had ik niet gedacht!) en de overlappende tekst telt zo’n 400 letters. Je kunt vervolgens origineel en bewerking ook naast elkaar bekijken.

Hoe bezwaarlijk is het als tekst wordt gekopieerd? Ik heb er niets op tegen. Voorlichters beschouwen letterlijke overname als een teken dat ze een goed persbericht hebben geschreven. Dat wil niet zeggen dat journalisten voor een PR-karretje zijn gespannen. Zíj besluiten tenslotte zelf of ze het nieuws willen plaatsen en of de vorm door de beugel kan. Bovendien betekent kopiëren niet dat het nieuws niet gecheckt is. Wel kan het op tijdgebrek duiden van journalisten: wie tijd heeft, vindt het al gauw zijn eer te na om de tekst integraal over te nemen. Die geeft er een eigen draai aan, belt na voor een extra quote bijvoorbeeld. Zo kan het ene medium zich onderscheiden van het andere medium. Maar 20% overlap is zeker niet te veel. Het zou vreemd zijn als er geen enkel woord correspondeert. Tot slot: niet alle persberichten zijn PR, er is ook veel feitelijke berichtgeving. Zoals wanneer de politie ongevallen meldt. Zie bijvoorbeeld dit pers- en nieuwsbericht naast elkaar. Gelukkig maar dat The Independent steunt op de politie-informatie.

Toch mag er van mij absoluut een Nederlandse variant van Churnalism.com komen. De techniek biedt een enorm rijke bron voor onderzoek. Welke termen zien de media als jargon bijvoorbeeld? Welke kranten nemen de meeste quotes over? et cetera. Daarmee kunnen persvoorlichters leren nog betere persberichten te schrijven. Om de knuppel maar in het hoenderhok te gooien: het beste persbericht is dat met 100% overlap in de krant.

Zie ook: De Nieuwe Reporter hierover.



Grenzen aan nieuws maken met onderzoeksresultaten
december 17, 2010, 2:19 pm
Gearchiveerd onder: Discussie | Tags: , , , , , , ,

Een onderzoek houden om in de publiciteit te komen. Het werkt. Cijfers en opinies van het grote publiek zijn al snel nieuws. Maar journalisten worden kritischer: samen met methodologen hebben ze een checklist ontwikkeld om vast te stellen of onderzoeken deugen. En het ANP meldt bijvoorbeeld niet meer de naam van de opdrachtgever in het geval van bijvoorbeeld de Randstad Arbeidsmarktmonitor of het Groot Glorix Toilet Onderzoek.

In de Persberichtenwijzer haal ik onderzoek aan van Verkade over hoeveel procent van de Nederlanders zijn koekje in de thee ’sopt’. Het kreeg veel publiciteit. Het aantal opiniepeilingen dat de media haalt, is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Volgens de Leuvense hoogleraar sociologie Jaak Billiet van zo’n 250 in 2000 naar 1500 in 2006. Sindsdien is het vast nog verveelvoudigd. Zeker rond de Tweede Kamerverkiezingen buitelden de enquêtes over elkaar.

Codes bij ANP en BBC - Marjolijn van Oordt, auteur van In het nieuws, ziet het tij keren voor dit PR-instrument: “Merken doen tegenwoordig een ongelooflijke hoeveelheid onderzoek met als enig doel publiciteit te genereren. En media weten dat. Sommige media vinden dat niet erg: als het een leuk nieuwtje oplevert, mag het mee. Andere media zijn kritischer op deze ontwikkeling. Zo melden de nieuwslezers van ANP al enige tijd niet meer welk merk opdracht gaf tot een onderzoek. Dat wordt dan ‘een fabrikant van wasmiddelen’. Dan heeft de publiciteit geen enkel nut gehad.” Ook de BBC laat zich niet meer voor het publiciteitskarretje spannen: deze omroep kent de richtlijn dat de opdrachtgever van de peiling de uitkomsten van een opiniepeiling niet in een uitzending mag komen toelichten.

Betrouwbaar onderzoek - Er is uiteraard niets mis met onderzoeksresultaten. Als de objectiviteit en de betrouwbaarheid ervan maar niet in het geding zijn. Het plichtsbesef om betrouwbaar te informeren lijkt het echter vaak af te leggen tegen de drang om nieuws te maken. Zowel bij journalisten als bij persvoorlichters. En bovendien: al willen ze het wel, dan nog is de kwaliteit van het onderzoek niet altijd goed na te gaan.

Checklist voor peilingen - Daarom hebben journalisten en statistici tijdens een seminar van het CBS besloten een checklist voor peilingen te ontwikkelen. Jelke Bethlehem, een van de iniatiefnemers, geeft een paar voorbeelden van valkuilen: “Internetonderzoek is niet representatief, omdat mensen zichzelf aanmelden. Niet iedereen uit de doelgroep heeft even veel kans om zijn mening te geven. Bovendien focussen peilingen, zeker rond de verkiezingen, op kleine verschuivingen, terwijl die betekenisloos zijn. Die vallen binnen de onzekerheidsmarges over de uitkomsten.” (Netwerk 7 juni 2010)

De checklist is inmiddels opgesteld (met toelichting), en wordt getest in de praktijk. Ik roep hierbij persvoorlichters op deze te gebruiken. Zij hebben ook een verantwoordelijkheid bij het verspreiden van onderzoeksresultaten. Zie binnenkort mijn blog onder ‘Tools’.



Waarom het persbericht achterhaald is

Het persbericht heeft zijn langste tijd gehad, stellen critici als Ernst-Jan Pfauth van NRC Next. Hij verklaart het persbericht zelfs dood: http://www.nrcnext.nl/blog/2009/10/01/de-dood-van-het-persbericht/ In de kritieken van journalisten en ook van PR-adviseurs klinken 5 argumenten door, die ik niet allemaal even houdbaar vind.

  1. het persbericht geldt als spam, zo stelt Pfauth. Sinds de nieuwe Telecommunicatiewet van oktober 2009 is het organisaties verboden om mails te sturen aan professionals die daarvoor geen toestemming hebben gegeven. Ook elektronische persberichten aan journalisten zijn daarmee spam en leiden tot een boete van de Opta. Veel bedrijven hebben opt-in-verzoeken gestuurd, maar zagen hun mediarelatiebestand slinken. Voordeel is wel dat de perscontacten die overblijven, ook echt geïnteresseerd zijn. Voor hen is het persbericht dus geen spam. Bovendien kun je persberichten versturen via APS of De Perslijst of zelf op sites plaatsen, waardoor het spam-etiket vervalt. Verder wordt de anti-spamwetgeving minder heet gegeten dan die wordt opgediend. De Opta legt de regels inmiddels al wat soepeler uit, volgens De Perslijst: http://blog.smartpr.nl/2010/02/24/opta-wetgeving-aangepast-dankzij-de-perslijst-smartpr/. Persberichten met informatie aan journalisten die zich met dat onderwerp bezighouden, zijn in beginsel geen spam.
  2. de journalist is niet langer dé intermediair voor het nieuws, meent onder anderen Gervaise Coebergh. In haar blog http://www.molblog.nl/bericht/het-persbericht-is-dood-lang-leve-het-nieuwsbericht/ zegt ze dat een PR-bureau zijn opdrachtgevers tegenwoordig ernstig tekort doet wanneer het enkel via het kanaal van de journalist zijn informatie verspreidt. Klopt, je kunt de persinformatie tegelijk ook rechtstreeks aan stakeholders sturen of op de eigen site plaatsen. Coebergh gaat zover dat de aanduiding ‘persbericht’ daarmee kan komen te vervallen. “Waarom een koe nog een koe noemen?” Het gaat niet om de ontvanger (de pers), het gaat om het nieuws. De term nieuwsbericht lijkt haar daarom meer op zijn plaats. Ik kan me voorstellen dat je het woord ’persbericht’ weglaat uit de onderwerpregel van de mail. In de mailbox op krantenredacties is dat weinig onderscheidend. De persberichtenkop met het nieuws is het echte onderwerp. Boven de tekst zelf zet ik nog wel de aanduiding ‘persbericht’. Ik vind het een bruikbare code voor de functie: je attendeert de pers op nieuws. Bovendien kun je journalisten ook andere mails sturen, bijvoorbeeld om iets aan te kondigen (wat nog niet voor publicatie is bestemd) of om ze uit te nodigen. 
  3. het persbericht is een traag medium. Tweets gaan veel sneller de wereld rond dan het nieuws uit persberichten. Klopt, maar wie nu een persbericht verstuurt, kan over een kwartier op de radio zijn. Bepalend daarvoor is de vraag of je nieuws echt nieuws is. En wie een nieuwtje getwitterd krijgt, kan toch het complete bericht van de originele afzender willen opzoeken. Daarvoor blijft een persbericht geschikt.
  4. het persbericht bevat per definitie gekleurde informatie. Sinds plugging, framing en spinning hun intrede hebben gedaan, zijn ontvangers van persberichten meer op hun hoede: heeft de afzender het nieuws te gunstig verpakt? Het is de taak van de journalist daar doorheen te prikken. Het persbericht hoeft niet zijn enige bron te zijn, het is wat de organisatie erover kwijt wil. Persvoorlichters die de feiten te veel of te vaak verdraaien, snijden zichzelf in de vingers. Ik vertrouw op die ‘zuiverende werking’, al lijken PR-bureaus en commerciële bedrijven soms zeer hardleers. Misbruik het middel niet voor reclameboodschappen! Daarmee gaat het persbericht ten onder, net zoals de telefonische enquête te lijden heeft gehad onder de telemarketeers.
  5. het persbericht is niet 2.0. Schrijf een blog, adviseert – niet verwonderlijk – blogger Pfauth. “Produceer je meubelen? Geef dan op je blog adviezen voor de inrichting, benoem je inspiratiebronnen en post een videotour van de fabriek. Dan heb je een relevant blog waar je af en toe ook een nieuwtje kwijt kan”, aldus Pfauth. Bovendien bereikt het echt interessante nieuws de journalisten dan via de sociale media. Het komt dan bovenborrelen door een omhooggestemd nieuwsartikel op NuJij, een veelbesproken link op Twitter, een artikel op een nicheblog, een discussie op Facebook of een viral op YouTube. Hij gelooft in die populariteitsfilters. Dat is een fraaie selectiemethode: zou mijn nieuws geretweet worden? Zo nee, stuur dan geen persbericht. Hoewel over sommig nieuws een persbericht moet verschijnen om iedereen tegelijk te informeren, zoals bij beursgenoteerde ondernemingen. Wat betreft filters: journalisten kunnen zelf net zo goed die filter zijn. Misschien typeert het standpunt van Pfauth de veranderende positie van de journalist: laat internetgebruikers de eerste selectie maar doen; daar hebben redacties te weinig tijd voor. Overigens bestaat er ook het persbericht 2.0, de social media release (waarover later meer). Sommig nieuws leent zich daarvoor.

De kritiek is gemakkelijk terug te brengen tot een pleidooi voor relevant nieuws: stuur de journalist alleen informatie waarop zijn publiek zit te wachten. Wat mij betreft dus geen doodverklaring van het persbericht, maar een oproep nieuwswaardige persberichten te schrijven en die gerichter te sturen. Voor minder hard nieuws zijn er nieuwsberichten op de eigen sites van de organisatie. Er blijft behoefte aan informatie van de originele bron. Sterker nog, die behoefte wordt met de social media alleen maar groter. In een persbericht is – anders dan in een tweet of blog – ruimte voor duiding. Je kunt het nieuws in een context plaatsen en je kunt verwijzen naar complete achtergronden. En dat de journalist daar dan niet blind op vaart, is geen bezwaar. Ik mag het zelfs hopen!

Onderzoek van juli 2010: journalist vindt persbericht nog steeds belangrijke bron. http://www.jwalphenaar.nl/2010/07/15/persbericht-is-nog-lang-niet-dood-niet-eens-stervende/




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 27 other followers